vrijdag 31 mei 2013

Expats en Allochtonen

Een expatriate of afgekort expat is iemand die tijdelijk in een land verblijft
met een andere cultuur dan die waarmee hij is opgegroeid. Meestal zijn ze daarbij
uitgezonden door hun werkgever. Ze dienen niet te worden verward met immigranten. (wiki)

Na de afgelopen jaren in een dorp en in de woestijn te hebben gewoond en gewerkt,
woon en werk ik nu in een heuse stad. Een stad aan een prachtig meer met palmbomen langs de weg. En natuurlijk een heleboel bedelaars, schreeuwende kinderen en allochtonen.

Het voordeel van de stad is dat er ook andere buitenlanders wonen waar je weleens
''iets'' mee kan gaan doen. En ''iets'' kan zij, ieder zaterdagochtend
koffiedrinken zodat je lekker even kan bijkletsen met de andere expat vrouwen
(dan wel immigranten of beter allochtonen) bij een heerlijk hotel met een fijne tuin.
Men neemt ook de eigen hulp mee om de kinderen een beetje in de gaten te houden.
Want serieus, je moet er toch niet aan denken dat je, als je dan eindelijk eens tijd
hebt om met de andere expat vrouwen bij te praten , je ook je kind nog moet vermaken.
Nee daar heb je een hulp voor.

Laatst was ik op een cocktailparty. Dan ben ik als Nederlandse
precies op tijd en dus de eerste. En bij het opendoen van de deur zegt de
Amerikaanse gastvrouw dan wat ze altijd zegt; ,,de Nederlanders zijn altijd
precies op tijd en ook nog eens op de fiets”. Deze keer was ik echter met de
bajaj gekomen. Na zo'n vijftien minuten kwamen de eerste fourwheeldrives aangereden
en de party kon beginnen. Bij zo een invitatie wordt altijd gezegd dat je niks
hoeft mee te nemen. In werkelijkheid betekent dat, iets meenemen wat je zelf gebakken hebt, of dat je de hulp iets hebt laten bereiden. Als je echt wilt scoren neem je ook een fles fatsoenlijke drank mee. Zo had ik dus een trommel zelfgemaakte oranjetompouchen meegenomen en zag ik de halfvolle fles gin, die we de vorige keer als Nederlanders hadden gekocht, ook al op de tafel klaarstaan. Die fles gin was destijds door een hulp bij een of andere lokaal tentje gekocht.

Na het tweede glas gin-tonic stond ik even fijn over ons
leven in Bahir Dar te klagen tegen de Amerikaanse gastvrouw. Ik deed uitvoerig
uit de doeken hoe ik die oranjetompouchen had gemaakt. Ik had dat dus zelf
gedaan omdat het onmogelijk was het recept in het Amhaars aan mijn hulp te vertalen.
Klein detail, zonder Nederlandse giften had ik de tompouchen überhaupt niet kunnen
maken. Het was afzien want het deeg voor de onder en bovenkoek was geen makkie.
Ik moest eerst de tegels op de veranda met een sopje schoonmaken zodat ik het
deeg daarop kon uitrollen met een lege wijnfles. Van een granieten plaat en
dito deegroller hadden ze in Bahir Dar nog nooit gehoord. Na zeker een half uur
zwoegen was het dan toch maar gelukt. Nu de Amerikaanse had het ook niet
gemakkelijk gehad. Ze had een dipsausje gemaakt met behulp van de blender en
dat klinkt makkelijker dan het was. De hulp had namelijk een paar weken geleden,
na het schoonmaken van de blender, het rubber uit de blender weggegooid omdat
ze dacht dat het nog bij de verpakking hoorde. Nu moet de Amerikaanse voor elk
gebruik tien elastiekjes in het onderstuk van de blender draaien, en als je dat
iets te snel doet dan schieten ze er allemaal weer uit. En dat was nog maar het
begin van haar onderneming.

Wij, expatvrouwen/immigranten/allochtoontjes, hebben een
HEEEL Zwaaaaaaaaar Levennnnnnnnnnn. Echt waar. (uit Zwaar Leven, B. Kaandorp)



dinsdag 23 april 2013

Het Lotenjongetje


Op de rand van de stoep zat hij, in de schaduw van een geparkeerde auto.
Wij passeerden hem, gehaast de weg zoekende in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. We waren op weg naar de plaats waar we een Nederlandse zouden ontmoeten die heerlijke chocola en een aantal spullen voor de kliniek voor mij had meegebracht. De afgesproken tijd was inmiddels verstreken en wij waren nog niet op de plek van bestemming. Het is niet makkelijk om in Addis op tijd te komen. De stad met 4,5 miljoen mensen is niet berekend op al het verkeer. Daarnaast heeft de overheid ook besloten heel veel wegen tegelijkertijd te vernieuwen, verkeerschaos is het resultaat. In deze drukte probeerden wij ons per minibusje te verplaatsen en dat ging maar heel traag.

Nu liepen we door de straten op zoek naar de plek waar de standplaats van de mini busjes was. Die moest ons verder vervoeren. Vriend G, wonende in Addis, had geen idee waar het kon zijn en zo waren we aangewezen op behulpzame voorbijgangers, waar dan weer geen gebrek aan is in Addis.
Zo kwam het dat we terugliepen naar het jongetje dat op de stoep zat. Hij had stroken met krasloten over zijn schouders hangen. De een geeft je een kans op honderdduizenden birrs, de ander op een green card voor het al te geliefde Amerika. G. kocht een lot en vroeg hem de weg. Met zijn hand tegen zijn wang aan gedrukt gaf het jongetje hem antwoord. Vriend G. draaide zich naar mij om en gaf aan dat het jongetje geen Amhaars maar Oromo sprak en hem de weg dus niet kon uitleggen. Ik keek nog eens naar de jongen en vroeg wat er met hem aan de hand was dat hij zijn hand zo tegen zijn wang aan drukte. G. gebaarde de jongen zijn mond te openen en zelfs ik kon zien dat daar iets aan het ontsteken was. Het jongetje zweeg en keek van ons weg. Vriend G, dokter, draaide zich om en zocht met zijn ogen de straat af op zoek naar een apotheek. Nog geen honderd meter van ons vandaan bevond zich er een. G. gebaarde naar het jongetje en vroeg hem mee te gaan naar de apotheek. Het jongetje schudde zijn hoofd, hij durfde onze hulp niet aan te nemen. Na enig aandringen liep hij toch achter ons aan en zo stond hij in zijn vodden met de loten over zijn schouder op de schoongeboende vloer van de apotheek. G. kocht een aantal medicijnen voor hem en gokte maar naar zijn leeftijd voor de juiste dosering, het werd negen jaar. Al wonen deze twee in hetzelfde land ze konden elkaars taal niet verstaan.
Omdat wij weer snel verder moesten, op weg naar de chocola, lieten we het aan de apotheker over het jongetje in gebaren uit te leggen hoe hij de medicijnen moest innemen. Met een hand tegen zijn gezicht aan gedrukt bedankte het jongetje voor de medicijnen. G. gaf hem het kraslot terug waar hij twee birr mee had gewonnen. De gewonnen birrs waren voor het jongetje

Een uur later zaten G. en ik na een geslaagde spullenophaal actie op een terras een colaatje te drinken. Beiden zwegen we, onze gedachte waren bij het jongetje dat zo moederziel alleen met een mond vol pijn op de stoep had gezeten.
Wat had ik een spijt dat ik hem niet heel even een flinke knuffel had gegeven.

En voor jouw, dit lezende met een dak boven het hoofd en een koffie in de hand, denk nog eens na voor je de volgende keer klaagt over alles wat er in je leven ontbreekt. Tel je zegeningen.



woensdag 20 maart 2013

Klop op de deur en er zal worden opengedaan.


De HIV positieve vrouw was rond middernacht, ongecompliceerd bevallen. Alleen wilde
ze het kind niet houden. Afstaan ter adoptie leek haar de enige mogelijkheid. Toen ik
over haar hoorde en haar zag herkende ik direct de linkerhand met de hele lange,
felroze, gelakte nagels. De rechterhand was nog steeds ongemoeid gelaten.
Deze vrouw had ik tijdens een van de spreekuren gezien. Ze had als prostitué gewerkt.
Gelukkig was ze aan die business ontsnapt maar ze had momenteel geen werk en
geen huis. Ze sliep bij een vriendin.
We hadden haar verwezen naar het Grace centre waar ze ondersteund kan worden om
een nieuw leven op te bouwen. Grace centre helpt vrouwen onder andere door het
geven van onderdak en het vinden van werk. Ik vroeg de vrouw of ze naar het Grace
centre was gegaan. Drie dagen was ze langsgelopen en had ze op de deur geklopt.
Drie keer was ze weggestuurd omdat de manager niet aanwezig was.

We probeerden te achterhalen waarom deze vrouw haar kind wilde afstaan.De vrouw
voedde haar kind wel zelf. Ze gaf aan dat ze niet wist hoe ze dit kind moest
onderhouden. Ze wilde het kind afstaan en dan elders werk vinden om een nieuw
leven te beginnen. Het feit dat deze vrouw voor haar zwangerschap controles naar
de kliniek was gekomen, haar kind nu voedde in plaats van het op straat te leggen
en aan het lot over te laten, toonde dat ze om dit kind gaf.

We belden het Grace centre of ze plek hadden voor een kind waarvoor nog adoptie
ouders moesten worden gevonden. Ze namen geen kinderen zonder moeder aan.
Na lang navragen bij verschillende mensen kregen we een nummer van het kantoor
dat over vrouw- en kindzaken gaat in Bahir Dar. De vrouw die we aan de telefoon
kregen melde dat ze op vrijdagmiddag niks meer kon regelen en of we de kraamvrouw
niet om konden praten het kind te houden.Dat hadden we al geprobeerd.

De vrouw een weekend in onze kliniek houden leek niet een heel goed idee.
We belden het Grace centre weer en legde de situatie opnieuw uit. Wanneer we
een brief bij het kantoor van vrouw- en kindzaken konden organiseren, dat zij de
adoptie verder zouden regelen, was het akkoord. En zo belden we weer naar het
kantoor. Maar een brief schrijven op vrijdagmiddag was erg moeilijk en of ze de
brief niet op maandag konden regelen. We belden het Grace centre weer, nee ze
moesten echt een brief hebben. Zo belden we weer naar het kantoor, daar hadden
ze de stekker eruit getrokken,geen contact meer mogelijk. Vrijdagmiddag vijf uur,
wat nu?! De man die voor mij in het Amhaars naar de instanties belde had de
oplossing; naar het kantoor gaan en zien of we de juiste persoon te pakken kregen
om de brief alsnog te regelen. We moesten wel meteen gaan en op zijn motor.
Ik fiets er wel achteraan, probeerde ik nog. Dat zou te lang duren zei hij en
zo croste we op zijn motor naar het desbetreffende kantoor, zonder helm en met
wel vijftig kilometer per uur. In het kantoorpand vonden we de vrouw, ze liet
geen enkele blijk van verbazing zien dat we naar haar toe waren gekomen. Het
bleef nog steeds onmogelijk om de brief nu te schrijven. Maar na een paar keer
heen en weer bellen met het Grace centre, ze moest eerst wel even de stekker in
het telefoontoestel steken, was het eindelijk geregeld. Het kind mocht komen en
de brief zou op maandag volgen.
Terug op de motor naar de kliniek. Daarna weer achter op de motor om de bajaj
naar het Grace centre te volgen. We wilden er zeker van zijn dat de vrouw en haar
kind op de juiste plek zouden aankomen. Na het zien van het Grace centre wilde
de vrouw toch wel bij haar kind blijven om het te voeden totdat er adoptieouders
zijn gevonden. De volgende dag zal ze een gesprek met een psycholoog hebben om te
overleggen over de adoptie. Hopelijk kunnen ze haar overtuigen dat het beter is
een nieuwe start samen met haar kind te maken, met ondersteuning van het Grace centre.
Op sommige dagen kun je de deur enkel intrappen.

woensdag 6 maart 2013

Tella

Op een van de vele feestdagen was ik
uitgenodigd voor een lunch bij de secretaresse van de kliniek. Met een
paar collega´s propten we ons in een bajaj. Na een halve kilometer
moesten we er weer uit. De bajaj bestuurder wilde een andere kant
op dan wij in gedachten hadden. Op zoek naar een volgende dan maar.
Helaas geen vervoer te krijgen. Of er waren door de feestdag minder
bajaj op de weg of er waren meer mensen die van de bajaj gebruik
wilden maken, wij moesten in ieder geval te voet verder. Het was
bijna een half uur lopen onder de brandende zon, met een lege maag.
Eindelijk op de plaats van bestemming aangekomen, een lemen huis
gevuld met heel veel mensen, kon ik alleen nog maar aan drinken
denken. Wat had ik zin in een colaatje. Helaas werd er alleen maar
water en tella rondgedeeld. Het water komt hier meestal uit een
jerrycan en dat is niet altijd even goed voor je maag, daarom vroeg ik
uit pure nood maar om een glaasje tella. Het bruine vocht, dat eruit
ziet als slootwater, is het lokale bier. Nadat ik de eerste slok had
genomen herinnerde ik weer dat het ook smaakt naar slootwater. Het
lokale bier kun je thuis maken en het gehele proces duurt een kleine
twee weken. Een glaasje tella kun je dan ook niet laten staan. En zo
dronk ik me met elke slok moet in voor de volgende slok. Tussendoor
keek ik eens om me heen en zag ik daar toch onze twee zwangere
collega´s ook het lokale bier achterover slaan. Zo tactisch mogelijk
en heel veel glimlachend vroeg ik hen waarom ze alcohol tijdens de
zwangerschap dronken. Gewoon omdat ze het erg lekker vonden.

Langzaam kreeg ik het besef dat wanneer deze collega´s wel van een glaasje
hielden, de gemiddelde zwangere patiënt in de kliniek dat ook wel zou doen.
En zo vroeg ik bij de eerst volgende patiënt die in de ochtend over ernstige
hoofdpijn klaagde of ze misschien een glaasje tella had gedronken de vorige
avond. Wel een paar was het antwoord.
Wat een lunch tijdens een van de vele feestdagen al aan nieuw
voorlichtingsmateriaal voor de kliniek kan opleveren.

Daar moet op gedronken worden.

dinsdag 19 februari 2013

Alledaagse dingen


Maandagochtend acht uur. Gehaast pak ik de laatste spullen bij elkaar
sla de deur achter me dicht en spring op de fiets. Precies op tijd heeft
de bewaker het hek open zodat ik niet af hoef te remmen voordat ik de
onverharde weg omhoog op cross.
Korte tijd later arriveer ik bij de Kliniek.
Aan het aantal mensen dat buiten op de bankjes zit, vermoed
ik dat er een vrouw aan het bevallen is. In de dienstkamer gooi ik
mijn tas neer en pak mijn werkjas. Nog snel een paar kleine
biscuitjes naar binnen werken waarop de binnenkomende schoonmaakster
vraagt of ik niet ontbeten heb. Ik was inderdaad iets te laat
opgestaan vanmorgen en moest tijdens mijn fietstocht nog even snel
een paar koekjes bij een van de winkeltjes aan de straat kopen.
Na dit verantwoorde ontbijt loop ik naar de verloskamer waar een vrouw
aan het bevallen is van haar tweede kind.
Ze maakt nogal veel lawaai vindt de verloskundige en die spreekt haar
duidelijk toe. Ik vind het allemaal nog wel meevallen.
Korte tijd later bevalt de vrouw van een jongen met een goede start.
Door de bevalling is de maandagochtend overdracht erbij ingeschoten.
De verloskundige van het zwangere spreekuur is dezelfde als die van de bevalling.
Zij haast zich naar de spreekkamer waar al zeker vier vrouwen meer dan een
uur zitten te wachten.

We zijn nog geen half uur onderweg of worden door de schoonmaakster gevraagd
om bij de zojuist bevallen vrouw te komen kijken. Ze verliest wat ruim bloed.
We onderzoeken haar en het blijkt dat de baarmoeder niet goed wil samentrekken.
,Dan gaan we katheteriseren` zeg ik. ,Ze kan toch gewoon zelf plassen´
zegt de verloskundige en hijst de vrouw op haar hurken op het bed en
schuift er een plastic po onder. En inderdaad de vrouw kan prima zelf plassen.
We geven haar nog wat extra medicatie en het lijkt weer onder controle.
Terug naar de spreekkamer met elk kwartier een onderbreking om de conditie van
de bevallen vrouw te beoordelen. Ze blijft toch net wat ruimer vloeien en nu
gaat er toch echt een infuus en een katheter in. In de tijd dat ik het
infuussysteem en onze zelf gemaakte katheterzak heb gefixed kan de
verloskundige nog precies een patiënt op het spreekuur zien.

Als een vrouw hier ruim vloeit is het gemis aan matjes en kraamverbanden nog
groter dan bij normaal bloedverlies. Het bloed stroomt waar het maar gaan kan,
over onder meer het matras, de lakens en de vloer.

Inmiddels is de lunchtijd al een halfuur geleden ingegaan en die is hier heilig.
Net zo heilig als het half uur dat de lunchtijd op vrijdag eerder ingaat zodat
de moslims naar de moskee kunnen gaan. Ook elke niet moslim kapt er op vrijdag
een half uur eerder mee.
Er zitten nog een paar patiënten te wachten voor een zwangerschapscontrole
maar de verloskundige piekert er niet over die nu nog te gaan zien.
Na de lunch zijn ze de eerste.
Ik werk inmiddels ook met een zeer laag bloedsuiker en ga er dan ook niet tegen in.
Op de fiets naar huis voor een propere lunch. De Nederlandse krant downloaden
en heel even relaxen. Daarna werk ik nog een tijdje aan protocollen en tegen
vier uur wil ik weer op de fiets stappen om nog even te kijken hoe het in de kliniek gaat.
Helaas band lek en de andere fiets in gebruik dus maar met de bajaj.
Bij de kliniek aangekomen wordt net de laatste zwangere op het
spreekuur gezien en ik neem nog even een kijkje bij de patiënte die
vanmorgen bevallen is. Een stralende vrouw zit op het bed. Ze voelt
zich prima, het bloedverlies is normaal en ze geniet van haar zoon.
Het eerste levende kind voor deze vrouw nadat ze bij haar vorige
zwangerschap beviel van een tweeling, waarvan de eerste tijdens de
bevalling overleed en de tweede korte tijd daarna.
Aan het einde van deze dag komt er nog een man de nieuwe autoclaaf aansluiten.
Erg fijn omdat de huidige sterilisator niet helemaal meer goed werkt.
En zonder gesteriliseerde instrumenten is het werk toch minder plezant.
Terug naar huis met de bajaj.
Morgen weer een nieuwe werkdag.



zaterdag 9 februari 2013

Babylonische spraakverwarring


Een van de eerste dagen vroeg ik aan een verloskundige waar ze precies woonde. Daarop kreeg ik als antwoord dat het inderdaad heerlijk weer was.

Het blijft lastig om in een land te wonen waar veel mensen slecht Engels spreken. Er wordt op alle middelbare scholen in Ethiopië Engelse les gegeven en afhankelijk
van de leraar, leer je wel of niet de taal goed te beheersen. Sommige leraren beheersen het Engels zelf zo slecht dat het begrijpelijk is dat de leerlingen er ook niet veel van bakken. Gelukkig zijn er ook bekwame leraren en leerlingen en verbaast het me soms dat op de gekste plekken wel weer goed Engels wordt gesproken. Zoals in het kleine winkeltje waar ik mijn witte bolletje voor de lunch koop.
Om nog maar wat mooie voorbeelden te noemen van prachtig Engels. Op straat wordt ik heel vaak aangeroepen met mister (meneer) en iedereen roept where are you go (waar ga je naar?). De jongen die gisteren mijn fietsband repareerde vroeg, toen ik aan kwam lopen en naar mijn lekke band wees; ,It needs oxygen?” (het heeft zuurstof nodig?). Nog wel iets meer dan een beetje zuurstof, antwoordde ik en zette mijzelf neer op de kleine boomstronkjes die als bankje functioneren.
Vanmorgen op het spreekuur vertelde een zwangere in het Amhaars dat haar eerste kind overleden was. Waarop de verloskundige naar mij vertaalde, first child is expired (het eerste kind is verlopen/over de datum) Ik dacht, je moet ook niet wachten tot de uiterste houdbaarheidsdatum verstreken is. Even later verscheen een andere vrouw voor een nacontrole. Ik vroeg aan de verloskundige of dit haar eerste kind was. Ja, zei ze het is haar eerste kind. De status van deze vrouw verscheen en ik las dat ze haar zesde kind had gekregen.
Wat ook verwarring geeft is vragen die met enkel ja of nee beantwoordt worden. Bijvoorbeeld als ik vraag: ,,Is die mevrouw er nog steeds zo slecht aan toe"? dan krijg ik hier als antwoordt nee. Dan zou je denken dat mevrouw er inmiddels beter aan
toe is maar dat bedoelen ze nou net niet te zeggen. Ze bedoelen nee mevrouw is er nog steeds slecht aan toe. In het Nederlands verwacht je dat iemand bevestigend antwoordt. Ja, mevrouw is er nog steeds zo slecht aan toe. Na een antwoordt als dit herhaal ik vervolgens nog wel drie keer de vraag in een andere constructie. Uiteindelijk kom ik er dan achter dat hetgeen je veronderstelde inderdaad klopt. Het gaat nog niet zo goed met mevrouw.

Zo grappig als ik de Engelse uitspraken van de Ethiopiërs soms vindt zo gelachen wordt er ook om mijn eerste Amhaarse woorden. Er klopt meestal bar weinig van de woorden en de zinsconstructies die ik gebruik.
Nu hoop ik alleen dat mensen wel corrigeren als het niet klopt. Er werkte al eens iemand in Ethiopië die jaren lang aan zijn patiënten vroeg; ,,Als jij niest, verlies ik dan urine?”.

Ieder zijn eigen taal lolletje.

zaterdag 2 februari 2013

Mijn Paleis


Niet eerder heb ik in Ethiopië in zo´n heerlijk huis gewoond.


Vorig jaar nog had ik een kamer waar geen gordijnen voor de ramen hingen en de deur
alleen dicht bleef als ik er een steen tegenaan legde.

Nu heb ik meerdere kamers, gordijnen voor de ramen en een deur die op slot kan worden gedraaid.

Het huis bevind zich op ongeveer 10-15min. fietsen vanaf de kliniek. Tien minuten als
mijn banden opgepompt zijn en 15 als ze een paar dagen later weer deels zijn leeg gelopen.

Het onderkomen wordt omheind door hoge muren en een heuse wachttoren. Dag en nacht worden ik en het huis bewaakt. Mocht je door de bewakers worden binnengelaten dan verschijnt er een ruime oprit waarlangs een enkele struik en twee papayabomen staan. Het grote huis waarin ik woon bestaat uit een ruime woonkamer met een aparte keuken, er is zelfs een oven. Er zijn drie slaapkamers en twee badkamers in het huis. Erg ruim en ik mag dan ook binnenkort het huis gaan delen met andere buitenlandse vrijwilligers die voor korte projecten in Bahir Dar verblijven. Terug naar het studentenleven.

Achter het grote huis staat het gastenverblijf waarin naast twee slaapkamers ook het
kantoor van de huis manager zich bevind. Van daaruit runt hij een microfinancierings
project.

Het enige nadeel aan het huis is dat er in theorie warm water moet zijn. Maar of de
waterdruk is gewoon niet goed genoeg of de boiler hangt te laag, het water uit de
douche is in ieder geval altijd koud. En al ren ik eerst een half uur door het Ethiopisch land, het blijft letterlijk en figuurlijk een koude douche. Wanneer ik tijd heb, kook ik water en ga ik maar weer ouderwets douchen door middel van het mengen van bakjes met heet en koud water.

Naar goed Ethiopisch gebruik heb je bij een bovenmodaal inkomen of wanneer je er bovenmodaal uitziet, een schoonmaakster, wasvrouw, tuinman, klusjesman en kok in dienst. Emebet is 22, een werkloze onderwijzeres, en zij vervult al deze diensten in één persoon. Wel zo makkelijk en één iemand die in het huis rondsnuffelt vind ik wel genoeg. Naast het wassen en koken doet ze ook de boodschappen en brengt ze mijn fiets naar de jongens aan het eind van de straat om mijn band voor de zoveelste keer te laten repareren. Voor mij scheelt dit een heleboel wachten en onderhandelen over de prijs van aardappels/rijst en bandenplak.

In het begin voelde ik me een heel klein beetje opgelaten met het idee dat zij mijn troep opruimt en boodschappen doet. Maar toen mijn Ethiopische vrienden verklaarde dat ze zeer bovenmodaal verdient voor de werkzaamheden die ze doet, voelde ik me heel wat minder schuldig.

Het is zeg maar een win-win situatie. Zij een goed salaris en ik geen schuldgevoel.

Alles is te koop.